Tug of War

Sow the wind, reap the whirlwind.

Onze jonge helden (Jong? Niet van geest, dat is zeker. Jong in hun heldendom? Misschíen. Onervaren in het redden van de wereld? Nog voor heel even.) waren resoluut; het was besloten, beslist, geweten.
Als er al een knoop was, was die nu zeker doorgehakt. Vandaag zou de vernieling eindigen. Vandaag zou het groeiende conflict tussen de Weerwil en Bir Kai grondig van schaal veranderen. Hopelijk – en normaal gezien – terug naar de Weerwacht.

Goed uitgerust en in het bezit van het magische kistje en de Bir-Kai-as begon de groep avonturiers aan de tocht langs het slingerende pad, hun doel – het hoogtepunt van de dreigende storm – nooit uit het oog verliezend.
Wanneer hun reisweg niet eenduidig was konden ze gelukkig rekenen op de uiterst gedetailleerde kaart. Af en toe, beweerde Marach, kregen ze zelfs rechtstreekse, telepathische instructies van Damius de Mysterieuze Wetenschapper (De man heeft duidelijk nog niet al zijn geheimen prijs gegeven).

Aangekomen op een ruime open plek in het bos bekroop hen een ongemakkelijk gevoel. “Dees is louche”, sprak Klank. Qwantas, de oude Kandra – nog steeds in de gedaante van Barton, de pufferige Baron – leek in concentratie verzonken. “Ik voel een Oude aanwezigheid, als ik kon uitmaken wat …”. Nog voor zijn zin uitgesproken was, klonk er een onheilspellend gehuil. Een krachtige wind stak plotseling op en het leek het alsof het bladerdek tot leven kwam. Stenen werden uit de grond gerukt, takken braken af en vervoegden het turbulent rondvliegende puin. “Elementals, ik had het moeten weten!” trachtte Qwantas uit te roepen boven het gehuil, terwijl hij zijn lang, opgeblonken zwaard uit zijn lederen schede trok. “TEN AANVAL! Geef ze geen kans om te groeien!”

Onze bende mag de wereld nog niet eerder gered hebben, maar Pelor weet dat je op de vingers en tenen van één man al lang hun gevochten veldslagen niet meer kan tellen.
Kort gezegd: het gevecht ging hen ‘voor de wind’ en de Oude Geesten werden snel herleid tot het hoopje bladeren en zand waaruit ze ontsproten waren.
Helaas leek de groep de Wind letterlijk en figuurlijk van voren te krijgen, en volgden er nog enkele schermutselingen die, hoewel er geen slachtoffers vielen, er voor zorgden dat de waardevolle as helaas grotendeels verloren ging.

Eens aangekomen bij hun beoogde doel, werden ze opgewacht door Nostra Damius de Raadselachtige (Hoe in Pelors naam doet hij het!?), die hen – handig gebruik makend van de tijdsdruk – overtuigde om hem de resterende as en de Weerwacht te overhandigen. Net op tijd bracht hij alles in gereedheid om het ritueel te starten. De Weerwacht stond in het puin, gevuld met de resterende as, omringd met vreemde Runen – door Damius getekend in het zand, net wanneer het Oog van de Storm het kistje zou omsluiten.

Oorverdovend lawaai. Als dit maar goed kwam.

De Weerwacht trilde en gloeide, de Runen kwamen tot leven en leken zich om de weerwacht te wikkelen als tentakels van gematerialiseerd, helder licht.
Plotsklaps klapte de Weerwacht open, en vloog het kistje een eind omhoog. De Ruun-tentakels vormden een magische bol van licht rondom de kist. Zichtbaar werd de grijze stormwolk naar de kist gezogen, en leek het ritueel zoals gepland te verlopen. “NEEN!”, bulderde Damius, “De krachten vervagen! De link is niet sterk genoeg! Er is te weinig as om de Weerwacht te sluiten!”

Aan opgeven werd zelfs niet gedacht. Alsof het afgesproken was riep Klank de hulp in van de Bosgeesten, terwijl Marach en Qwantas hun diepste magische bronnen aanspraken om Damius bij te staan.
Met hun vereende krachten volbracht het viertal het ritueel. De Weerwacht werd gesloten, de Runen verdwenen in een laatste geluidloze explosie die zich over het land bewoog, en het kistje viel terug op de grond. Alsof er niets gebeurd was.
De omgeving sprak dit echter regelrecht tegen. Het dichte bos, dat even geleden nog zo ver als het oog reikte, werd ingeruild voor een ruwe woestenij. Al wat groen was leek door de gebundelde magische explosies verdord, verwoest of verdwenen.

Na een korte maar heftige woordenwisseling tussen Damius en het drietal werd er besloten dat de groep de Wetenschapper zou vergezellen tot het klooster van zijn Evenwichtige Orde.
Proefondervindelijk werd het ook duidelijk dat de krachten van de bezitter van de Weerwacht leken te verzwakken, alsof ze nodig waren om de Weerwacht intact te houden. Damius vertelt hen dat het ritueel waarschijnlijk niet volledig voltooid was, aangezien er te weinig as gebruikt aanwezig was als fysieke link voor het ritueel.
Na een korte blitz-aanval op de sarcofaag van Bir-Kai (die blijkbaar niet betreden kan worden door Damius de Veinzer) wordt er nog een buidel as vergaard, die – als Damius de Malafide geloofd mag worden – in het klooster zou gebruikt kunnen worden om de link te verstevigen.

Moedig begint de party aan een tocht naar het onbekende. Naar “ver, ver hier vandaan”, want veel preciezer wordt de locatie van de Gebalanceerde Tempel hen niet uit de doeken gedaan.

Comments

beton

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.