Tug of War

A bitter Pill to swallow for Giggles and the First Farewell
Chapter 9

Na de tempeltunnel te hebben verlaten lopen de avonturiers langs het bergpad naar beneden, alwaar zij na een uurtje wandelen een koets tegenkomen die aangevallen wordt door drie geïnfecteerde dorpelingen. Twee wachters zijn al aan hun wonden overleden en een kind van om en rond de 8 jaar zit bovenop de trekkoets te huilen. De wezens zijn zo bezig met het te pakken krijgen van dit wriemelende hapje dat de eerste twee al vallen voor de derde het goed doorheeft. Wanneer deze wezens vallen ontploften ze in een explosie van gort en ingewanden. De kleine blijkt de zoon te zoen van een boerenedele. Gezien de groep toch langs het kasteel moet besluiten ze de kleine mee te pakken. Hij wordt schoongemaakt met “brandy”, maar krijgt desondanks toch wat slokken van het geînfecteerde bloed binnen. Onderweg valt het Rudy op dat Pelori, de jongeman, begint te bezwijken onder de infectie en met een eerder ongeziene versie van zijn handoplegging houdt hij de jongen stabiel.

Wanneer ze het eerste dorp tegenkomen zien ze meteen twee geînfecteerde wachters staan die de groep meteen aanvallen. Het gevecht is vrij snel beslecht, hoewel deze wezens wel beduidend sterker waren dan eender welke geïnfecteerde die de groep eerder was tegengekomen. Na het gevecht onderzoekt de groep het dorp en maakt snel komaf met de paar dorpelingen die er onder de vloek nog rondliepen. Rudy ondertussen begint de last te voelen van het continue genezen van de jongeman.

In de verte horen ze het geklaag van de ondoden en een lachende stem, en Pill stormt driest naar voor, voortgedreven door een donkere woede die de groep nog niet eerder zag. Een klein amfitheater herbergt een luguber schouwspel. Vier galgen met geïnfecteerden staan opgesteld op de niveaus, met beneden een podium met daar Giggles, de giggelende martelaar van Pill. Twee wachten houden een dorpeling vast die gruwelijk gefolterd wordt. Bij het zien van de gruweldader stormt Pill naar voor en negeert elke andere aanval. Marach staat hem snel bij terwijl de rest van de groep zich bekommert om de andere tegenstanders. Een aantal geïnfecteerden weten zich vrij te vechten en brengen de afstandsgerichte Clanc tot stilstand en werken hem bewusteloos tegen de grond. Nadat de beul ten val werd gebracht, werden de overgebleven geïnfecteerden snel onthoofd en tot eeuwige rust herleid.

Ondertussen is Rudy bijna bezweken en vertoont hij alle tekenen van een vergevorderde infectie. Pelori ziet er bijna geheel gezond uit. Met een laatste krachtinspanning absorbeert Rudy het laatste van de infectie en duwt de kerngezonde jongeman weg. Het bloed dat uit zijn etterende wonden spuit valt op de grond. Rudy laat zich op zijn knieen vallen en enerzijds de heilige woorden prevelend en anderzijds grommend als een geïnfecteerde tekent hij met zijn eigen zwarte bloed enkele runen rondom hem. De etterende wonden lichten af en toe op en sissen dan gevaarlijk met stoom en rook, alsof ze hem branden. Na de laatste rune schieten alle tekens in een fel licht en staat Rudy op, steekt zijn hamer in de lucht en roept de woede van Pelor op alle ondoden op zich zelf af. De groep hoort nog zacht vaarwel alvorens hij in een bundel van licht tot stof en rook herleid wordt.

View
It's raining in the temple of the Sun
Chapter 8

Nils kunt gij dit invullen, I forgot most about this session …

View
"Saving People" isn't our core business
Chapter 7

Na de vermoeiende strijd tegen de wachters legden onze helden zich te slapen, met een immer waakzame Qwantas aan de deur. Jammer genoeg was het gezelschap vergeten dat Damius laten slapen in de buurt van een vuur, meestal nogal explosieve gevolgen kan hebben. Wederom materialiseerde een elementaal zich in het kamp, maar dit maal was Qwantas er snel genoeg bij en wist met een minimum aan moeite en Flamazine het wezen te verslagen.

Tegen de ochtend aan, toen Clanc op wacht stond, kwamen er drie figuren aangeschuifeld die Qwantas herkende: het waren de jongelingen uit het eerste kamp. Qwantas, ondertussen in de gedaante van één van de Serganten, probeerde te redeneren met de jongemannen. Deze reageerden echter absoluut niet op de praatjes van de wisselaar en bleven voortschuifelen. Toen ze dichterbij kwamen werd duidelijk dat deze jongens geen ratio meer hadden en zelfs “leven” was sterk uitgedrukt. Na een schermutseling werden ze alledrie van ondood naar gewoon dood gebracht. Qwantas, in een poging om een ondode te overbluffen, ging wel met zijn gezicht voor de hapgrage kaken van een van de jongens staan en kreeg een liefdesbeetje in zijn neus als gevolg.

Het gezelschap rook onraad (Qwantas enkel lijklucht) en zij haastten zich naar het dorp. Daar aangekomen zag men het drama dat zich afspeelde. Verschillende lijken op de grond, een muur van gillende geesten met daarin de overlevende dorpelingen en ook Marach, die door constipatie was overvallen en ook door Elfenkannibalen. Een kort gesprek ontstaat tussen Sareth (Elfenkanninbaal) en Qwantas, maar Clanc probeert een strategische positie in te nemen en geeft daarmee blijk van agressiviteit. Sommige lijken staan recht en één grijpt Clanc bij zijn enkel en verstuikt deze. Sareth neemt zijn kruisboog, opent het vuur op Pill en een schermutseling breekt los. Om de minuut grijpt de geestenmuur één van de villagers en duwt hem naar buiten, waar hij zijn menselijkheid verliest. Sareth, als hij kan, bijt deze arme ziel en voelt zich daar zichtbaar beter door. Het gevecht verloopt niet zo super, maar Sareth komt er niet langer aan toe om zich te voeden, ondanks de muur gestaag dorpelingen naar buiten duwt. Langzaamaan ziet men hem zwakker en bloediger worden. Vanaf dit punt begint hij steeds sneller af te takelen en na een houw van het zwaard van Qwantas stort hij huilend in.

Pill gebruikt godgegeven krachten om de laatste momenten van Sareth te lezen en ziet door de ogen van de Elf de Baron Barton hem meermaals inspuiten met het serum dat ook zijn werk deed in de grot niet zo heel lang geleden met de dorpelingen. De ontsnapping was bloederig verlopen en verklaarde waarom de groep destijds het kasteel zo gemakkelijk kon infiltreren. Pill vertelt dat vanaf dan Sareth een constante strijd streed met het gif en had ontdekt dat zijn ongezonde gewoonte om mensenvlees te eten het virus op afstand hield. Dat het gif zich zo transfereerde op anderen was een bijkomend kwaad. De beelden gaan van helder naar vaag naar gelang hij gegeten had, maar de beeldenstroom stopt bij het beeld van Qwantas die met een verbeten blik vol medelijden een einde aan zijn strijd maakt.

Marach is duidelijk onder de indruk van deze ervaring, gezien dat dit de tweede maal dat hij op het punt stond ondood te worden gemaakt door middel van het gif of de agenten ervan.

View
To meet an old F(r)iend (aka 4000 gold on legs)
Chapter 6

Na de vermoeiende dagen die volgden op de eerste contacten met de Weerwil en Bir-Kai legde het gezelschap zich te rusten op een heuveltop in een kampement dat voldeed aan alle mogelijke voorwaarden om een aanval van buitenaf af te slaan. Qwantas nam de eerste wacht op zich, maar was zo gefocust op wat er rond de heuvel gebeurde, dat hij niet merkte dat er uit het kampvuur dat gezellig knisperde een elementaal begon op te bouwen. Toen deze op volle kracht was blies hij een vuurstorm over een van de tenten waar Damius lag te slapen. Het wezen verzette zich met vuur, maar nadat Pill het kampvuur doofde met de watervoorraad verzwakte de vuurgeest aanzienlijk en werd het met één slag gedood. Marach bevrijdde zich ook net uit het kluwen van de tent.

“Het is aan de volgende om de wacht te houden” zei Qwantas verschroeid en vermoeid.

De reis verliep voor de rest rustige en voorspoedig tot ze werden tegengehouden door een patrouille die op elfencontrole was. Uit het gesprek bleken ze op zoek te zijn naar een KannibaalElf die de omgeving onveilig maakte. Pill en Klank herkenden de regio, dit was waar ze destijds op hun eerste missie werden uitgezonden en de identiteit van de Elf werd algauw onderwerp van gerichte speculatie. Belangrijker dan voorgaande banden, was de beloning van 4.000 gp dat op zijn hoofd stond.

Eens het dorp binnen werden de avonturiers opzij genomen door de dorpsvrouw. Zij legde uit dat ze wist waar het kampement was, maar dat ze uit angst voor het leven van hun kinderen (pubers en adolscenten) niet had gebiecht tegen de hertogelijke wacht. Voor 250gp per gered kind zou het gezelschap hun best doen om zoveel mogelijk levens te sparen. Ze namen Damius mee op pad en bewogen zich stil naar het eerste encampement van wachten. Qwantas overtuigde hen dat zij geen kwade bedoelingen hadden en enkel de cult wilden bijtreden.
Met wat geluk en een overdosis pure, rauwe, harde skill kon ook de tweede kannibaal-wachtpost ontweken en misleid worden.

De laatste wachtpost echter, beloofde iets minder eenvoudig te worden.
Klank, die uit de beschrijving op de “WANTED:” posters kon uitmaken dat hij al eerder in contact gekomen was met de vleesetende elf (zie ook “Special Delivery”), had – helaas, voor hem – een “geniaal” idee:
Hij zou zijn vriendschapsband met de “Elfenkannibaal van Walh” (zie “Special Delivery”) gebruiken om contact te maken en zo te proberen om de elf af te zonderen van de cult, waarop de rest van de groep ten tonele zou komen om hem ongezien een kopje kleiner te maken.

Mooi op papier, misschien. De geharde bewakers van het hoofdgebouw dachten hier echter anders over. “Enkel overlevenden zijn hier welkom!” Waarop ze de ongewapende Klank zonder “Boe” of “Baa” buiten bewustzijn sloegen.
De immer heldhaftige Pill (wat bezielt die man, toch?) stormde op de 4 bewakers af, vastbesloten om Klanks leven te redden.
Al snel besloten Qwantas, Marach en zelfs Onze Damius om hem bij te staan, en na een pittig gevecht met de bewakers, een eenzame maar hongerige wolf, en een extra bewaker (die het toneel nog op tijd kon ontsnappen) keerde de rust terug in het kamp, en kon Pill Klank nog net reanimeren.
Vlak voor het einde van het gevecht ontsnapte er een gedaante uit het hoofdgebouw. Pill herkende de gedaante nog net als de Vleesetende Elf.
Na wat twijfelen besloot de party om toch de achtervolging niet in te zetten.

View
Sow the wind, reap the whirlwind.

Onze jonge helden (Jong? Niet van geest, dat is zeker. Jong in hun heldendom? Misschíen. Onervaren in het redden van de wereld? Nog voor heel even.) waren resoluut; het was besloten, beslist, geweten.
Als er al een knoop was, was die nu zeker doorgehakt. Vandaag zou de vernieling eindigen. Vandaag zou het groeiende conflict tussen de Weerwil en Bir Kai grondig van schaal veranderen. Hopelijk – en normaal gezien – terug naar de Weerwacht.

Goed uitgerust en in het bezit van het magische kistje en de Bir-Kai-as begon de groep avonturiers aan de tocht langs het slingerende pad, hun doel – het hoogtepunt van de dreigende storm – nooit uit het oog verliezend.
Wanneer hun reisweg niet eenduidig was konden ze gelukkig rekenen op de uiterst gedetailleerde kaart. Af en toe, beweerde Marach, kregen ze zelfs rechtstreekse, telepathische instructies van Damius de Mysterieuze Wetenschapper (De man heeft duidelijk nog niet al zijn geheimen prijs gegeven).

Aangekomen op een ruime open plek in het bos bekroop hen een ongemakkelijk gevoel. “Dees is louche”, sprak Klank. Qwantas, de oude Kandra – nog steeds in de gedaante van Barton, de pufferige Baron – leek in concentratie verzonken. “Ik voel een Oude aanwezigheid, als ik kon uitmaken wat …”. Nog voor zijn zin uitgesproken was, klonk er een onheilspellend gehuil. Een krachtige wind stak plotseling op en het leek het alsof het bladerdek tot leven kwam. Stenen werden uit de grond gerukt, takken braken af en vervoegden het turbulent rondvliegende puin. “Elementals, ik had het moeten weten!” trachtte Qwantas uit te roepen boven het gehuil, terwijl hij zijn lang, opgeblonken zwaard uit zijn lederen schede trok. “TEN AANVAL! Geef ze geen kans om te groeien!”

Onze bende mag de wereld nog niet eerder gered hebben, maar Pelor weet dat je op de vingers en tenen van één man al lang hun gevochten veldslagen niet meer kan tellen.
Kort gezegd: het gevecht ging hen ‘voor de wind’ en de Oude Geesten werden snel herleid tot het hoopje bladeren en zand waaruit ze ontsproten waren.
Helaas leek de groep de Wind letterlijk en figuurlijk van voren te krijgen, en volgden er nog enkele schermutselingen die, hoewel er geen slachtoffers vielen, er voor zorgden dat de waardevolle as helaas grotendeels verloren ging.

Eens aangekomen bij hun beoogde doel, werden ze opgewacht door Nostra Damius de Raadselachtige (Hoe in Pelors naam doet hij het!?), die hen – handig gebruik makend van de tijdsdruk – overtuigde om hem de resterende as en de Weerwacht te overhandigen. Net op tijd bracht hij alles in gereedheid om het ritueel te starten. De Weerwacht stond in het puin, gevuld met de resterende as, omringd met vreemde Runen – door Damius getekend in het zand, net wanneer het Oog van de Storm het kistje zou omsluiten.

Oorverdovend lawaai. Als dit maar goed kwam.

De Weerwacht trilde en gloeide, de Runen kwamen tot leven en leken zich om de weerwacht te wikkelen als tentakels van gematerialiseerd, helder licht.
Plotsklaps klapte de Weerwacht open, en vloog het kistje een eind omhoog. De Ruun-tentakels vormden een magische bol van licht rondom de kist. Zichtbaar werd de grijze stormwolk naar de kist gezogen, en leek het ritueel zoals gepland te verlopen. “NEEN!”, bulderde Damius, “De krachten vervagen! De link is niet sterk genoeg! Er is te weinig as om de Weerwacht te sluiten!”

Aan opgeven werd zelfs niet gedacht. Alsof het afgesproken was riep Klank de hulp in van de Bosgeesten, terwijl Marach en Qwantas hun diepste magische bronnen aanspraken om Damius bij te staan.
Met hun vereende krachten volbracht het viertal het ritueel. De Weerwacht werd gesloten, de Runen verdwenen in een laatste geluidloze explosie die zich over het land bewoog, en het kistje viel terug op de grond. Alsof er niets gebeurd was.
De omgeving sprak dit echter regelrecht tegen. Het dichte bos, dat even geleden nog zo ver als het oog reikte, werd ingeruild voor een ruwe woestenij. Al wat groen was leek door de gebundelde magische explosies verdord, verwoest of verdwenen.

Na een korte maar heftige woordenwisseling tussen Damius en het drietal werd er besloten dat de groep de Wetenschapper zou vergezellen tot het klooster van zijn Evenwichtige Orde.
Proefondervindelijk werd het ook duidelijk dat de krachten van de bezitter van de Weerwacht leken te verzwakken, alsof ze nodig waren om de Weerwacht intact te houden. Damius vertelt hen dat het ritueel waarschijnlijk niet volledig voltooid was, aangezien er te weinig as gebruikt aanwezig was als fysieke link voor het ritueel.
Na een korte blitz-aanval op de sarcofaag van Bir-Kai (die blijkbaar niet betreden kan worden door Damius de Veinzer) wordt er nog een buidel as vergaard, die – als Damius de Malafide geloofd mag worden – in het klooster zou gebruikt kunnen worden om de link te verstevigen.

Moedig begint de party aan een tocht naar het onbekende. Naar “ver, ver hier vandaan”, want veel preciezer wordt de locatie van de Gebalanceerde Tempel hen niet uit de doeken gedaan.

View
Shall we save the world, then?
waar een Weerwil is, is een weg

De groep was gestrand in een ondergrondse “gladiator-put”, die ze met behulp van de geheime code van Andraan (hij rust in vrede) konden verlaten.

Eens buiten gekomen zien ze dat de 2 strijdende machten (wit/zwart) ondertussen geëvolueerd zijn tot een grijze storm. Enkel de meest bekwame magiërs van de groep voelen dat de 2 machten nog aanwezig zijn, maar eerder als astrale entiteiten dan hun fysieke aanwezigheid.
De grijze wolk/storm lijkt zich binnen een grote cirkel te bewegen, en het weer in het gehele gebied gedraagt zich woelig en onvoorspelbaar.

De party is moe en besluit te schuilen voor het woelige weer. Op hun zoektocht naar een schuilplaats vinden ze een grot waar ze een oude <troll> wetenschapper opgewonden door een een telescopische kijker zien gapen.
Onze vrienden vervoegen de oude wetenschapper, en na een gesprek aan het kampvuur blijkt de man lid te zijn van een orde die meer weet over de strijdende machten.

In de Oude Tijden was er een magiër “Bir Kai” (lid – of leider? van de orde van de oude man) die het weer wou beheersen. Door zijn geknoei met het weer, ontstond er een “Weerwil”, een gematerialiseerd bewustzijn van het weer in de wereld.
In zijn ultieme poging om de Weerwil te verschalken (door hem te vangen in de Weerwacht – het ons bekende kistje) bleek de Weerwil echter een match voor zijn krachten, en verloor Bir Kai zijn fysiek lichaam en werd hij mee gezogen in het kistje, waar hij tot op heden met de Weerwil in de clinch ligt.

De oude magiër vertelt de party echter dat het mogelijk is om de magiër terug in het kistje te krijgen, maar enkel indien er een link met zijn fysiek verleden gebruikt wordt als “aas”.
Als lid van de orde van Bir Kai weet de wetenschapper waar de as van het vergane lichaam zich bevindt. De avonturiërs krijgen een kaart, trekken naar de begraafplaats, en slagen er in – niet zonder moeite – om 2 buidels vol Bir-Kai-as te vergaren.

Hun volgende taak kan zijn om zich te begeven naar het oog van de storm, om daar met behulp van het kistje (dat momenteel in hun bezit is) en de as een poging te doen om te vechten tegen Bir Kai en de weerwil?

View
Sir, I'm afraid our contract is at an End
Chapter 4

De gang waar het gezelschap in verder liep dood in een lege kamer. Qwantas nam de leiding over de groep en leidde hen behendig naar het gat waar het rotsblok (van de val) uit was gevallen, waar nu een smalle gang zichtbaar was. De groep begaf zich zo stil mogelijk erin, maar door een panikerende Pill en een onhandige paladijn in Full Plate was een subtiele binnenkomst onmogelijk.

De groep komt in een grote ondergrondse ruimte waar zij direct tegenover een duo staan, dat wordt ingespoten met een vloeistof. Zij veranderden meteen in een soort van wilden en vallen het gezelschap roekeloos aan. De twee vallen gemakkelijk onder de gecombineerde aanval van Rudy en Pill. Qwantas loopt resoluut naar een nis, waar hij korte mette maakt met een wilde? In deze schermmutseling verliest Qwantas echter zijn linkeronderarm, maar trekt toch nog aan een hendel, waarna er heel duidelijk doorheen de grot een “klik” te horen is. De baron, een ervaren leider, maakt het de aanvallers moeilijk maar trekt tegelijkertijd snel terug naar een brug over het water die naar een hogergelegen platform leidt. Naarmate de avonturiers zich een weg banen doorheen de verdedigers, die vooral bestaan uit de kleine wilden en enkele brutes die veel sterker waren, wordt duidelijk dat er boven op het platform een aantal gevangenen staan die ingespoten worden met de vloeistof. Elke keer veranderen ze, afhankelijk van hun fysiologie, in ofwel een wilde of een brute. Klank maakt met zijn boog snel komaf met de injector, maar de Baron gaat verder. Bij het schieten draait Klankt niet er zijn hand voor om op de onschuldigen te richten en zo de effecten van zijn pijlen te vergroten. Zo dood hij naast de injector ook nog drie onschuldigen. “Casualties of War” zegt hij schouderophalend. De andere drie werken zich snel naar de brug toe. Wanneer Rudy in een patstelling komt met een brute, springt Qwantas langs hem heen, teleporteert naar de rand van het platform en maait de brute neer. “Was Qwantas niet een arm kwijt?” vraagt Pill verward aan Rudy, die nog steeds in gevecht is met de brute.

Qwantas begint te rapporteren aan de Baron dat hij zijn opdrachten heeft uitgevoerd naar de letter, maar dat ondanks hij elk bevel moet volgen, er nooit gezegd is dat hij niet op deze manier kon tegenwerken. Het komt uit dat Qwantas degene was die de abdij heeft afgebrand en Schoppenhauer heeft omgebracht, onder opdracht van de Baron. De Baron geeft Qwantas één van de spuiten en beveelt hem nog een brute te maken. Qwantas volgt de opdracht schoorvoetend, en op het moment dat Qwantas de spuit toedient valt de Baron hem aan in de rug. Qwantas lijkt zich met zijn lot te verzoenen en maakt zich klaar om de dood te aanvaarden. Pelor beslist echter anders, en door een gebed dat Rudy had gepreveld schiet op het moment dat Barton wil toeslaan, wordt hij geraakt door een helder licht dat de Baron achterover werpt. Hij blijft roerloos liggen, smeulend en zonder te ademen.

De groep maakt snel komaf met de overgebleven wilden en richt zich dan tot de overgebleven gevangenen. Eén ervan is de oude bekende Marach, een kameraad van de Cleric en Klank, die gevangen was door de Baron toen hij onderzoek aan het doen was naar zijn banden met Plectorio. De overgebleven vrouw pakt ondertussen één van de spuiten op en schuifelt naar Klank toe, die wantrouwend het tafereel gadeslaat. “Je hebt mijn man en kind vermoord, jij monster” en zij gebruikt het element van verrassing en ploft het overgebleven “gif” in Klank. Qwantas teleporteert achter de vrouw en schakelt haar uit zonder haar verder te schaden. Daarna begint hij zijn verhaal, dat hij al jaren in dienst was van de Baron en hem probeerde tegen te werken zoveel hij kon, maar de bovennatuurlijke band die bestaat tussen Kandra en meester is absoluut en soms kon hij niet anders dan gruweldaden begaan. Nu de Baron dood is, is hij vrij van zijn contract en moet hij de “First Generation” Kandra zien te vinden, die hem een nieuw contract kunnen opleggen. Waar die zijn, en of zij nog bestaan, is hem onbekend.

Ondertussen voelt Klank zich meteen terug slechter worden, met symptomen die enorm doen denken aan het gif waar hij voorheen aan onderhevig was. Het antidotum dat hij nog overhad, is echter niet voldoende om het gif volledig te zuiveren uit zijn bloed. Na een zoektocht doorheen de grot vinden de avonturiers een mand van eternal food en een aantal andere handigheden.

Ondertussen had Sil, die achtergebleven was, het kistje eindelijk opengekregen en uit deze kist komen een wit en zwart figuur die meteen beginnen te vechten. Met de vlucht door het plafond blijft er echter een chainmail achter die iedereen bekend voorkomt. Rudy pikt hem op, maar staat hem schoorvoetend af aan Pill, die daar meer aan heeft gezien zijn vak. De Cleric staat meteen geïnteresseerd stil, alsof hij staat te luisteren en Qwantas houdt hem dan ook nauwlettend in het oog. Ondertussen begint de grot angstwekkend te schudden begint er gruis uit het plafond te vallen. Marach blijft herhalen “het is begonnen”.

Bovengekomen zien zij de twee figuren aan de hemel strijd voeren op een krachtniveau dat de meeste stervelingen niet zouden kunnen vatten. Het gezelschap, na enige discussie, beslissen er van door te gaan, gezien het hele fort in aan het storten is.

View
The Abbey of Flames is in flames!
Chapter 3

Bij aankomst bij de Abdij van Pelor worden ze begroet door een gesloten deur en een verwoeste stad. Na zich voorbij de huismeester te praten, ontdekken ze dat de raid van een paar dagen ervoor door de “inquisitie” van Pelor werd uitgevoerd. Deze mannen brandden het dorp plat, vermoordden prof. Schoppenhauer en vernietigden de boekerij, inclusief de research data. Ze ontmoeten de luidruchtige Rudy Crackmore, een lid van de orde van Pelor die bij gebrek aan nieuw bier meereist met het gezelschap. De huismeester genaamd Qwantas, afstammeling van een ras waar ieder individu een meester nodig heeft, volgt de paladijn graag bij gebrek aan een betere meester. Hoewel, de zalf die de magiër Sil aanbrengt bij de twee, kleurt om een onbekende reden grijs bij Qwantas, die dit logisch weet te verklaren door uit zijn hoofd en door korte observatie de zalf weet af te breken tot op zijn samenstelling.

Het gezelschap besluit dan onder het mom van clerici zich te begeven naar de burcht van Baron Barton, gezien één van de overvallers een veston met het embleem van Barton had achter gelaten. De Baron zelf is echter afwezig. Zonder veel problemen begeven ze zich in de burcht, waar Clanc door middel van een antigif dat wordt toegediend door één van de plaatselijke monniken, snel terug geneest. De volgende dag echter, valt het hen op dat een aantal monniken zich begeven in een onderaardse gang. Onhandigerwijs activeren ze een val waardoor ze ongewild in een gevecht verstrikt geraken met twee “Gelatinous Cubes”. Na een korte schermmutseling weet de groep het gevaar te verslaan, maar wat bevindt zich in de volgende kamers?

View
The Cure is Out There
Chapter 2

De avonturiers leveren de lijdende Clanc af bij een heler die gespecialiseerd is in giffen, Bron. Het enige dat deze moedwillige dwerg in deze branche houdt, is zijn ijzeren plichtsbewustzijn. Hij weet het gif te stabiliseren, maar verre van uit te drijven. Met tegenzin vertelt hij de avonturiers dat het gif afkomstig is uit een lang vergeten oorlog. Grote pionen daarin waren de Doppelgangers, die door beide kanten werden ingezet om vijanden uit de weg te ruimen. Het gif werd na deze oorlog zo verafschuwd, dat langs beide kanten werd besloten het nooit meer te produceren of te gebruiken.

Een tegengif zou bestaan in één van de uithoeken van Fiara. Daarop mengt een éénarmige Dwerg zich in het gesprek en meldt de groep dat zijn broer, met wie hij kortleden is gescheiden, altijd al research heeft gedaan naar dit gif en dat hij ver stond in het ontwikkelen van een tegengif op basis van de mysterieuze dieren “Grubbs”. Nadat iedereen bekomen is vertrekt het gezelschap naar een abdij, niet heel ver van de landerijen van Baron Barton, een oude bekende van het gezelschap. Bron geeft hen ook een zalfje mee dat ze kunnen gebruiken om de Doppelgangers te detecteren.

Bij hun terugkeer in het Gilde worden ze bij het Gildehoofd geroepen en in een spontane actie gooit de éénarmige dwerg een deel van de zalf in het gezicht van het Gildehoofd, waarbij dit meteen zwart kleurt. Het Gildehoofd vlucht en maant iedereen aan de avonturiers aan te vallen. De groep kan gelukkig vluchten, maar moet afrekenen met nog twee Doppelgangers die hen wilden tegenhouden.

Nu, vogelvrij verklaard door het gilde, zijn zij onderweg naar de abdij van Schoppenhauer, alwaar zij de hopelijk het antidotum op tijd kunnen vinden.

View
Festive Treachery
Chapter 1

Niet veel later riep de gildemeester de groep weer samen (het is de gewoonte een groep die op zich goed samenwerkt telkens weer in zijn “geheel” te werk te stellen). Ditmaal was het de simpele taak om een jongeman van 14 jaar te escorteren naar zijn vader, Baron Bartel. Deze man bezat aanzienlijk wat gronden in het zuidoosten van het land, wat een goede drie a vier dagreizen zou moeten zijn. De opdracht was tegen de ochtend te vertrekken en tot dan de jongeling te begeleiden over het jaarlijkse festival van Malinnes als bodyguards. De betaling was riant voor zulks een relatief gemakkelijke taak, dus de groep aanvaarde snel de opdracht. De jongeling was lichtjes irritant, maar vooral heel enthousiast. Hoewel hij op en neer rende als een klein kind, verliet hij zoals beloofd nooit het zicht van de groep en verliep de avond min of meer zonder opstoten. Op de terugweg echter rende de jonge aristocraat zonder waarschuwing een steeg in waar een groep van zes halflingen acrobatische stunts uithaalden. Dit bleek algauw een val te zijn, waar Barton (de jongeling) in het midden stond van de messengooiers en de groep aan het begin van de steeg. In een heroische poging de jongeling te beschermen teleporteerde de magiër van de groep naar de jongeman waar hij, door onvoldoende bescherming, werd neergemaaid door dozijnen werpmessen. De jongeman werd daaropvolgend ontvoerd en de andere halflingen gingen met hun typische lenigheid er snel vandoor.

De groep, na het helen van de gewonden, zette snel de achtervolging in en na een kwartier wisten ze de groep vast te zetten op het binnenhof van een huis. De halflingen, nu in paniek, vielen gemakkelijk voor de groep. Barton vluchtte in de armen van Clanc, die voor het eerst die avond een beetje affectie toonde voor de jongeman. Dit werd hem fataal wanneer Barton zijn korte zwaard door de torso van Clanc stootte en hem een reeks verwensingen toewierp. Het gezicht en postuur van de jongen veranderde langzaam naar dat van een Doppelganger, een humanoid ras dat allang niet meer gezien was in Fiara.

“Weet je nog hoe je moeder je beschuldigde een bastaard te zijn? Herinner je je de schaamte, Tonnel van het huis Silk van Turini? Hoe voelde het je onschuldige moeder neer te steken? Hahahaha dat was het hardste dat ik ooit heb gelachen.”

De groep maakte snel een einde aan de doppelganger, maar Clanc stortte in. Zelfs de Cleric kon met de hulp van zijn God geen einde maken aan de pijn.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.